top of page

Afscheid nemen van iemand die er nog is.

  • Foto van schrijver: Vicky Van Echelpoel
    Vicky Van Echelpoel
  • 12 aug
  • 8 minuten om te lezen

Sommige vormen van afscheid zijn moeilijk uit te leggen omdat er niemand overleden is, er was geen uitvaart, geen laatste groet, geen moment waarop de wereld even stilstond en iedereen wist: vanaf vandaag is alles anders.

En toch is er verlies. Soms zelfs een verlies dat je iedere dag opnieuw voelt.


De persoon van wie je houdt, leeft nog. Misschien woont diegene zelfs nog bij je of misschien bezoek je hem of haar regelmatig. Misschien zie je dezelfde ogen, dezelfde handen, hetzelfde gezicht dat je al zo lang kent.

En toch kun je diep vanbinnen denken: ik mis je.

Je mist de persoon zoals je die kende, de gesprekken, de vertrouwdheid, de kleine gewoontes of de blik waaraan één seconde genoeg was om elkaar te begrijpen.

Je mist misschien niet alleen wie die persoon vroeger was, maar ook wie jij kon zijn wanneer jullie samen waren. Dat maakt deze vorm van verlies zo ingewikkeld.


Want hoe rouw je om iemand die er nog is?

Hoe neem je afscheid als er geen echt afscheid is?

Je kunt rouwen zonder dat iemand is overleden. Bij rouw denken we vaak meteen aan de dood. Maar rouw begint eigenlijk bij verlies. En verlies kent veel vormen.

Misschien verandert iemand door dementie en verdwijnen er langzaam stukjes van de persoon die je altijd hebt gekend.

Misschien heeft een ziekte zoveel veranderd dat jullie leven nooit meer wordt zoals vroeger.

Misschien heeft psychische kwetsbaarheid of een verslaving iemand van je verwijderd, terwijl je nog steeds van diegene houdt.

Misschien is je relatie voorbij, terwijl je ooit dacht samen oud te worden.

Misschien is een vriendschap die jarenlang als familie voelde langzaam verdwenen.

Of misschien leeft iemand van wie je houdt nog ergens verder, maar is er om welke reden dan ook geen contact meer.

Er hoeft geen overlijden te zijn om iemand kwijt te raken.

Soms is iemand er lichamelijk nog, maar is de verbinding veranderd.


En ook daar mag verdriet om bestaan. Iemand missen terwijl die voor je zit.

Misschien is dat wel een van de pijnlijkste gevoelens.

Naast iemand zitten die je al jaren kent en toch verlangen naar wie die persoon vroeger was.

Je kijkt naar dezelfde ogen, je hoort dezelfde stem, je herkent kleine gebaren en toch voelt iets anders.

Misschien vertelt je moeder voor de zoveelste keer hetzelfde verhaal omdat ze niet meer weet dat ze het net heeft verteld.

Misschien kijkt je vader je aan en weet hij even niet meer wie je bent.

Misschien zit je naast je partner en mis je de gesprekken die vroeger tot diep in de nacht duurden.

Misschien kijk je naar iemand van wie je nog steeds houdt, maar weet je dat jullie niet meer samen verder kunnen.

Dat kan een ontzettend eenzaam verdriet zijn.

Want je kunt moeilijk zeggen: "Ik mis je." Diegene zit immers voor je maar je hart weet precies wat het bedoelt: ik mis hoe het vroeger was, ik mis ons.


Soms verlies je iemand beetje bij beetje. Niet ieder afscheid gebeurt op één dag.

Sommige afscheiden duren maanden, soms jaren. Er verdwijnt telkens iets kleins.

Een herinnering, een mogelijkheid, een gesprek dat niet meer lukt, een gezamenlijke activiteit die te moeilijk wordt.

Een stukje zelfstandigheid, een stukje nabijheid.

Misschien merk je het nauwelijks wanneer het gebeurt.

Tot je op een dag terugkijkt en beseft hoeveel er inmiddels veranderd is. En iedere verandering kan opnieuw verdriet brengen.

Je hebt misschien net geleerd omgaan met hoe het nu is... en dan verandert er opnieuw iets.

Opnieuw aanpassen, opnieuw zoeken en opnieuw afscheid nemen.

Dat kan ontzettend vermoeiend zijn. Niet alleen lichamelijk, maar vooral in je hart.


Je rouwt ook om de toekomst die er niet meer komt. Wanneer we iemand verliezen, verliezen we niet alleen wat er vandaag is.

We kunnen ook rouwen om morgen, om alles waarvan we dachten dat het nog zou komen.

Misschien dacht je dat je ouders later nog zouden genieten van hun kleinkinderen, misschien droomde je ervan samen met je partner oud te worden, misschien waren er reizen die jullie nog wilden maken, gesprekken die je dacht ooit nog te zullen voeren, feestdagen, verjaardagen of gewone zondagen samen. Soms doet juist dat pijn.


Niet alleen terugkijken naar wat geweest is, maar vooruitkijken naar wat niet meer zal zijn zoals je had gehoopt.

Je kunt iemand dus missen om herinneringen die al bestaan... maar ook om herinneringen die nooit meer gemaakt zullen worden. En ook dat is verlies.

Wanneer hoop en afscheid naast elkaar bestaan

Deze vorm van rouw kan verwarrend zijn omdat er soms nog hoop is. Misschien hoop je dat iemand je vandaag wel herkent, dat een behandeling iets verandert, dat het contact ooit hersteld wordt, dat degene van wie je houdt op een dag weer dichterbij komt.


Hoop kan mooi zijn. Maar hoop kan ook vermoeiend worden wanneer je tegelijkertijd probeert te accepteren dat sommige dingen misschien nooit meer worden zoals vroeger.

Je kunt verlangen naar herstel en tegelijkertijd voelen dat je moet leren omgaan met wat er nu is.

Je kunt hopen én rouwen, je vasthouden én voorzichtig proberen los te laten.

Het ene maakt het andere niet minder echt, een verdriet dat niet altijd wordt gezien

Wanneer iemand overlijdt, ziet de omgeving het verlies. Er komen bloemen, kaartjes, berichtjes, mensen vragen hoe het met je gaat.

Maar wanneer iemand nog leeft, blijft jouw verdriet soms bijna onzichtbaar.

Misschien hoort niemand hoe stil het is wanneer je thuiskomt na een bezoek.

Niemand ziet de tranen in de auto, niemand weet hoe het voelt wanneer iemand die jou vroeger door en door kende je plotseling niet meer herkent of hoeveel verdriet het doet wanneer je bewust afstand moet nemen van iemand van wie je nog houdt.

Misschien krijg je zelfs te horen:

"Maar hij is er toch nog?"

"Je mama leeft toch nog?"

"Misschien komt het nog goed."

"Je moet proberen verder te gaan."


En misschien begin je daardoor zelf te denken dat je geen recht hebt om te rouwen. Maar dat heb je wel.

Dat iemand nog leeft, betekent niet dat jij niets verloren hebt.

Je mag dankbaar zijn en verdriet hebben

Misschien denk je soms: ik zou dankbaar moeten zijn dat hij of zij er nog is. En natuurlijk kun je dankbaar zijn. Maar dankbaarheid wist verdriet niet uit.

Je kunt dankbaar zijn voor een mooie middag samen en daarna huilen in de auto.

Je kunt blij zijn met een helder moment en tegelijkertijd bang zijn voor wat er nog komt.

Je kunt genieten van een glimlach, een aanraking of een vertrouwde blik en tegelijkertijd intens verlangen naar vroeger.

Die gevoelens hoeven elkaar niet tegen te spreken, je hoeft niet te kiezen.

Je mag dankbaar zijn en verdrietig, je mag genieten en missen, je mag liefhebben en rouwen.

Een hart kan meerdere gevoelens tegelijk dragen.


Misschien voel je je soms zelfs schuldig.

Schuldgevoel kan bij deze vorm van verlies een grote rol spelen, misschien ben je moe, misschien heb je even geen zin om op bezoek te gaan, misschien verlang je naar een dag waarop je niet hoeft te zorgen, piekeren of verdrietig te zijn, misschien voel je opluchting wanneer iemand anders de zorg even overneemt.

En vervolgens voel je je daar schuldig over.


Hoe kan ik zo denken als ik van iemand hou?

Maar liefde betekent niet dat je nooit moe wordt. Liefde betekent niet dat alles draaglijk wordt.

En voor jezelf zorgen betekent niet dat je iemand in de steek laat. Ook jij bent iemand die zorg, rust en zachtheid nodig heeft.

Soms betekent liefde dichtbij blijven.

Wanneer iemand verandert door ziekte of ouderdom, moet je soms opnieuw ontdekken hoe je verbonden kunt blijven.

Misschien zijn lange gesprekken niet meer mogelijk maar lukt samen naar muziek luisteren nog wel.

Misschien weet iemand je naam niet meer maar voelt jouw hand nog steeds vertrouwd.

Misschien kunnen jullie niet meer praten over vroeger maar kun je naast elkaar zitten en samen naar buiten kijken.

Soms wordt verbinding kleiner, stillere momenten, een aanraking, een glimlach, een lied, een hand in een andere hand.

Het is anders dan vroeger en je mag daar verdriet om hebben.

Maar anders betekent niet altijd dat er helemaal niets meer is.

Soms krijgt liefde gewoon een andere taal.

En soms betekent liefde afstand nemen.

Niet ieder verhaal gaat over ziekte of dementie. Soms moet je afscheid nemen van iemand die nog leeft omdat de relatie je pijn doet.

Een partner, een ouder, een broer of zus of een vriend.

Misschien heb je jarenlang geprobeerd om de verbinding te behouden. Misschien hou je nog steeds van die persoon. En toch weet je dat afstand nodig is.

Dat kan enorm veel verdriet geven.

Want afstand nemen van iemand betekent niet automatisch dat je niet meer van diegene houdt.

Soms betekent het dat je eindelijk ook voor jezelf probeert te zorgen.

Je kunt iemand missen en toch weten dat teruggaan niet goed voor je is.

Je kunt van iemand houden en toch een grens trekken. Ook dat kan rouw zijn.


Afscheid nemen is niet hetzelfde als vergeten. Misschien klinkt afscheid nemen alsof je iemand moet loslaten.

Alsof je moet zeggen: het is voorbij. Maar zo hoeft het niet te voelen.

Soms betekent afscheid nemen vooral dat je langzaam afscheid neemt van een verwachting. Van hoe je dacht dat het zou zijn van wie iemand vroeger was.

Van de toekomst die je samen voor ogen had, de liefde hoeft daarvoor niet te verdwijnen, herinneringen hoeven niet weggegooid te worden.

Je hoeft iemand niet uit je hart te zetten om te erkennen dat iets veranderd is.

Misschien gaat het niet om loslaten, misschien gaat het om anders leren vasthouden.


Wees zacht voor jezelf in dit tussenland.

Rouwen om iemand die nog leeft kan voelen alsof je ergens tussen vasthouden en loslaten in blijft staan.

Je bent niet helemaal samen, maar ook niet helemaal zonder.

Er is geen duidelijk begin maar ook geen duidelijk einde.

Geen moment waarop iemand zegt dat je nu verder moet.

Misschien is dat waarom deze vorm van verdriet zo uitputtend kan zijn. Gun jezelf daarom zachtheid.

Je hoeft vandaag niet te weten hoe je hiermee moet omgaan. Je hoeft niet voortdurend sterk te zijn, je mag verdrietig zijn, je mag boos zijn, je mag moe zijn, je mag lachen, je mag een dag hebben waarop je even helemaal niet aan het verlies wilt denken.

Rouwen betekent niet dat je ieder moment verdriet moet voelen.


Tot slot


Aan jou die afscheid probeert te nemen van iemand die er nog is...

Misschien ziet bijna niemand jouw rouw.

Er was geen uitvaart, geen afscheidskaart en geen moment waarop iedereen om je heen begreep dat jij iemand verloren had.

Maar jij voelt het.

Je voelt het wanneer je terugdenkt aan vroeger. Wanneer je naast iemand zit en verlangt naar een gesprek dat niet meer mogelijk is, wanneer je een oude foto bekijkt en even terug wilt naar toen, wanneer je naar huis rijdt na een bezoek en de tranen ineens komen of wanneer je bewust afstand houdt van iemand naar wie je hart soms toch nog verlangt.


Jouw verdriet is echt. Ook wanneer degene die je mist nog ademt, ook wanneer er nog mooie momenten zijn, ook wanneer je zelf niet goed kunt uitleggen waar je precies om rouwt.

Je hoeft niet alles vandaag al te kunnen aanvaarden. Misschien hoef je zelfs niet volledig los te laten.

Misschien mag je gewoon leren om anders vast te houden. Aan de liefde, aan de herinneringen en aan wat iemand voor jou betekend heeft.

En ondertussen, heel voorzichtig, ook weer wat steviger aan jezelf.

Want soms is afscheid nemen niet één keer vaarwel zeggen.

Soms is het honderd kleine keren beseffen dat iets niet meer is zoals vroeger.

En iedere keer opnieuw proberen om daar met liefde, verdriet en zachtheid een plaats voor te vinden in je hart.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page